Milieugegevens

Download pdf Download Milieugegevens Download het iXBRL-rapport

Milieugegevens

Omgaan met en opslaan van chemicaliën

We hebben een product stewardship raamwerk in voege met de daaraan gerelateerde vereiste ontwikkeling van vaardigheden.  Het raamwerk omvat: 

  • gestandaardiseerd chemicaliënbeheer, 
  • milieunaleving voor zowel grondstoffen als afgewerkte producten, en 
  • daaraan gelinkte klantenverwachtingen. 

In 2021 hebben we wereldwijd een standaard voor chemicaliënbeheer uitgerold en een globaal systeem in gebruik genomen die een efficiënte implementatie toelaat van de standaard, een strikt governance process en meer proactieve naleving. 

In lijn met de ISO 14001-eisen werd een groepswijd proces voor levenscyclusbeheer ontwikkeld. Het proces is gericht op het identificeren van potentieel significante milieu-impacts in de volledige leverketen en is van toepassing op alle fases in de levenscyclus van onze afgewerkte producten en hoe ze op de juiste manier moeten worden behandeld.  

Bij Bekaert volgen we de EU REACH-regelgeving nauwlettend en proactief op om naleving te garanderen, zowel voor de grondstoffen die we gebruiken als voor onze afgewerkte producten. Wij werken samen met onze leveranciers om hun REACH-naleving te verifiëren in het toeleveringsproces van grondstoffen. Bovendien identificeren we mogelijk zorgwekkende stoffen om een proactieve uitfasering op te starten. In het geval we belangrijke regionale verschillen identificeren op het vlak van gevarenclassificatie en blootstellingslimieten, passen we onze eigen bedrijfsspecifieke gevarenclassificatie en blootstellingslimieten toe die moeten worden nageleefd als er geen strengere regelgeving van toepassing is.
GRI 403-7

Energie

Het is onze amibitie om onze gezamenlijke scope 1 en scope 2 emissies van broeikasgassen significant te verminderen tegen 2030, in vergelijking met 2019, in lijn met science-based targets. We plannen net-zero emissies te bereiken tegen 2050. Eén van de belangrijkste manieren om onze emissies van broeikasgassen te verminderen, is de energie-efficiëntie van onze operaties te verbeteren door ons energieverbruik te verminderen.  We installeren energie-efficiënte infrastructuur en machines in onze nieuwe fabrieken en fabrieksuitbreidingen, en geven onze bestaande faciliteiten een upgrade. 

Totaal energieverbruik¹ = 5 134 gWh waarvan:

  • Elektrische energie (incl. koeling) = 3 154 gWh
  • Thermische energie (stoom en hitte) = 257 gWh
  • Aardgas = 1 723 gWh

GRI 302-1

Energie-intensiteitsratio¹:

  • Elektrische energie (incl. koeling) = 868 kWh/ton
  • Thermische energie (stoom en hitte) = 71 kWh/ton
  • Aardgas = 474 kWh/ton

GRI 302-3

Gebruikte methode: de energiegegevens worden gemonitord in een centrale database. 

Herbruikbare energie: In 2021 was 39% van onze elektriciteit afkomstig van herbruikbare energiebronnen.

Energieverbruik in GWh 2019 2020 2021 inclusief Braziliël 2021 exclusief Braziliël
Totaal energieverbruik 4 957 4 577 5 134 4 457
Elektrische energie (incl. koeling) 3 152 2 880 3 154 2 753
Thermische energie (stoom en hitte) 329 286 257 257
Aardgas
1 476 1 410 1 723 1 447

Data 2019-2020 hebben betrekking op gezamenlijke cijfers, inclusief de joint ventures in Brazilië.

Data 2021 worden gerapporteerd voor zowel gezamenlijke (inclusief joint ventures in Brazilië) als geconsolideerde entiteiten (exclusief joint ventures).

Energie-intensiteitsratio in KWh per ton 2019 2020 2021 inclusief Brazilië 2021 exclusief Brazilië
Elektrische energie (incl. koeling)  889 876 868 750
Thermische energie (stoom en hitte) 93 87 71 70
Aardgas 417 429 474 394

Energie-intensiteitsratio: de energie (elektriciteit en thermisch) gebruikt per ton geproduceerd eindproduct.

Data 2019-2020 hebben betrekking op gezamenlijke cijfers, inclusief de joint ventures in Brazilië.

Data 2021 worden gerapporteerd voor zowel gezamenlijke (inclusief joint ventures in Brazilië) als geconsolideerde entiteiten (exclusief joint ventures).

De energie-intensiteitsratio van 2021 nam toe met + 1% versus 2019 en met +1.5% versus 2020.

 

% van enerrgiebehoeften van hernieuwbare bronnen¹  2019 2020²  2021 
  42 42 39

¹ Inclusief joint ventures
² Restated cijfer 2020: in voorgaande jaren hebben we ‘grid mix’ als referentie gebruikt, wat de geobserveerde herbruikbare energie op een bepaald grid is. Het GHG protocol, (pagina 48) geeft de voorkeur aan het gebruik van de ‘residual grid mix’ wat bedoeld is om de vrijwillige aankoop van anderen uit te filteren. Dit verlaagt het % herbruikbare energie op een grid en bij gevolg het cijfer van Bekaert voor 2020 dat eerder gerapporteerd werd (43%) naar 42%).

CO₂

We aim for zero, omdat we geloven dat dit de enige manier is om bewuste en sterke acties te ondernemen om onze ecologische voetafdruk te verlagen. 

In lijn hiermee hebben we ons ertoe verbonden om toe te treden tot the Business Ambition for 1.5°C. Bedrijven die zich verbinden tot the Business Ambition for 1.5°C ontvangen onafhankelijke validatie van hun doelen van het Science Based Targets initiative (SBTi) en maken deel uit van the UN Climate Champions’ Race to Zero. 

Scope 1

Aardgas

  • Broeikasgasuitstoot van aardgas = 316 854 ton CO₂
  • Broeikasgasintensiteitsratio van aardgas = 87 kg CO₂/ton

GRI 305-1

Scope 1 Broeikasgasuitstoot van aardgas 2019 2020 2021 inclusief Brazilië 2021 exclusief Brazilië
Scope 1 Broeikasgasuitstoot van aardgas (in ton CO₂) 271 609 259 569 316 854 262 580
Broeikasgasintensiteitsratio van aardgas (kg CO₂/ton) 77 79 87 71

Data 2019-2020 hebben betrekking op gezamenlijke cijfers, inclusief de joint ventures in Brazilië.

Data 2021 worden gerapporteerd voor zowel gezamenlijke (inclusief joint ventures in Brazilië) als geconsolideerde entiteiten (exclusief joint ventures).

Broeikasgasintensiteit voor aardagas nam in 2021 met +10% toe versus 2020 en met +13% versus 2019.

Scope 2

Scope 2 emissies zijn indirecte emissies, van aangekochte elektriciteit, stoom enz. die wordt berekend op basis van energieverbruik en van het landspecifieke kWh naar CO₂ conversiefactoren per individueel land zoals vermeld in de 2020 ‘International Energy Agency’ CO₂-conversienormen.
GRI 305-2

Broeikasgasuitstoot van aangekochte elektriciteit en andere soorten energie:

  • Elektrische energie (incl. koeling) = 1 345 956 ton CO₂
  • Thermische energie (stoom en hitte) = 46 425 ton CO₂ 

GRI 305-2

Broeikasgasintensiteitsratio:

  • Elektrische energie (incl. koeling) = 370 kg CO₂/ton.
  • Thermische energie (stoom en hitte) = 13 kg CO₂/ton.

GRI 305-4

Scope 2 Broeikasgasuitstoot van aangekochte elektriciteit
en andere soorten energie
2019 2020 2021 inclusief Brazilië 2021 exclusief Braziliël
Elektrische energie (incl. koeling) in ton CO₂ 1 351 373 1 195 306 1 345 956 1 308 129
Thermische energie (stoom en hitte) in ton CO₂ 60 371 52 718 46 425 46 425

Data 2019-2020 hebben betrekking op gezamenlijke cijfers, inclusief de joint ventures in Brazilië.

Data 2021 worden gerapporteerd voor zowel gezamenlijke (inclusief joint ventures in Brazilië) als geconsolideerde entiteiten (exclusief joint ventures).

Scope 2 Broeikasgas-intensiteitsratio 2019 2020 2021 inclusief Brazilië 2021 exclusief Brazilië
Elektrische energie (incl. koeling)) in kg CO₂/ton 381 363 370 356
Thermische energie (stoom en hitte) in kg CO₂/ton 17 16 13 13

Data 2019-2020 hebben betrekking op gezamenlijke cijfers, inclusief de joint ventures in Brazilië.

Data 2021 worden gerapporteerd voor zowel gezamenlijke (inclusief joint ventures in Brazilië) als geconsolideerde entiteiten (exclusief joint ventures).

Broeikasgasintensiteitsratio voor thermische energie daalde in 2021 met -19% versus 2020 en met -24% versus 2019.

GRI 305-5

Scope 3

Transport

Scope 3 emissies van transport zijn van Bekaert geconsolideerde entititeiten (exclusief joint ventures)

Broeikasgasintensiteitsratio van uitgaand transport:

In de voorbije jaren hebben we broeikasgasuitstoot van uitgaand transport gerapporteerd onder Scope 1 (in lijn met de GRI standaarden). Echter, om gealigneerd te zijn met onze SBTi doelstellingen, wordt broeikasgasuitstoot van uitgaand transport nu gerapporteerd onder Scope 3. 

Broeikasgasuitstoot uitgaand transport:

  • Zeetransport wereldwijd: 31 137 ton CO₂
  • Wegtransport voor rubberversterking EMEA: 10 562 ton CO₂
  • Luchtvracht: 4 118 ton CO₂

Broeikasgasintensiteitsratio uitgaand transport:

  • Zeetransport wereldwijd: 0,0384 ton CO₂/ton verscheept product
  • Wegtransport voor rubberversterking EMEA: 0,0716 ton CO₂/ton verzonden product
  • Luchtvracht: 5,103 ton CO₂/ton verzonden product
GRI 305-3
Uitstoot van uitgaand transport namen toe omwille van een sterke heropleving van de vraag en behendig beheer van de toeleveringsketen.  
 
Scope 3 Broeikasgasuitstoot uitgaand transport in ton CO₂ 2019 2020 2021
Zeetransport wereldwijd 18 578 22 603 31 137
Wegtransport voor rubberversterking EMEA 9 284 8 249 10 562
Luchtvracht   803 4 118
Scope 3 Broeikasgasintensiteitsratio uitgaand transport
(in ton CO₂/ton getransporteerd product)
2020 2021
Zeetransport wereldwijd 0.0550 0.0384
Wegtransport voor rubberversterking EMEA 0.0388 0.0716
Luchtvracht   5.1030

Gerapporteerd sinds 2020, met uitzondering van luchtvracht: sinds 2021

GRI 305-3, GRI 305-4

Broeikasgasuitstoot van bedrijfswagens, bussen en vliegverkeer: 
Broeikasgasuitstoot van bedrijfswagens en bussen (uitgezonderd JVs): 3 508 ton CO₂/jaar 
Broeikasgasuitstoot van zakenreizen (vliegverkeer): 1 000 ton CO₂ (zonder radiative forcing (RF))

Broeikasgasuitstoot van bedrijfswagens, bussen voor personeel en vliegverkeer  2019  2020 2021
Broeikasgasuitstoot van bedrijfswagens en bussen (uitgezonderd JVs) in ton CO₂/jaar 3 692
3 606 3 508
Broeikasgasuitstoot van zakenreizen (vliegverkeer) in ton CO₂ (zonder radiative forcing (RF)) 2 740
1 700 1 000

GRI 305-3, GRI 305-4

Scope 3 emissies van aangekochte goederen (in ton)

Scope 3 broeikasgasuitstoot van aangekochte producten (in ton) 2019 2020 2021 including Brazil
2021 excluding Brazil
Scope 3 broeikasgasuitstoot van aangekochte walsdraad 5 856 000 5 490 000 6 059 000
4 753 000
Berekeninsmethode: Ton aangekochte walsdraad in een specifiek jaar vermenigvuldigd met de gemiddelde werelduitstootintensiteit van staal. (1,83 ton CO₂/ton staal). GRI305-3

Water

We gebruiken water in onze productieprocessen, en we willen elke druppel sparen. We bekijken ons waterverbruik grondig en implementeren programma’s om ons waterverbruik te verminderen, specifiek, maar niet exclusief, in gebieden met waterstress. Het is onze ambitie om onze opname van zoetwater in gebieden met waterstress met -15% te verminderen tegen 2030 ten opzichte van 2019.  

Na gebruik, en veelvuldig hergebruik, wordt water dat niet meer gerecycleerd kan worden behandeld en gezuiverd voor het geloosd wordt. 

Alle water data zijn gezamenlijke data (geconsolideerde entiteiten + joint ventures)
GRI 303-1

Opname van water

De totale wateronttrekking bedroeg 8 975 megaliter (ML) waarvan 3 619 ML uit gebieden met waterstress.

Opname van zoetwater per bron:

  • Oppervlaktewater: 626 ML waarvan 605 ML uit gebieden met waterstress
  • Grondwater:  2 571 ML waarvan 813 ML uit gebieden met waterstress
  • Water van derden: 5 778 ML waarvan  2 201 ML uit gebieden met waterstress:
    • 4 970 ML van oppervlaktewater waarvan 1 846 ML uit gebieden met waterstress
    • 808 ML van grondwater waarvan 355 ML uit gebieden met waterstress

Alle gegevens worden verstrekt door de fabrieken.

Waterstress: in gebieden met waterstress is de verhouding tussen de totale jaarlijkse wateropname en de totale jaarlijkse beschikbare hernieuwbare watertoevoer hoog (40-80%) of extreem hoog (>80%)

1 megaliter (ML) = 1 000 000 liter

 
Opname van water (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Totale wateropname 9 237 8 088 8 975

 uit gebieden met waterstress

3 626  3 107  3 619 
Opname van zoetwater per bron (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Oppervlaktewater 761 587 626

 uit gebieden met waterstress

559  530 605 
 Grondwater 2 355 2 201
2 571

  uit gebieden met waterstress

754
640
813
 Water van derden 6 121
5 300
5 778

  uit gebieden met waterstress

2 312
1 937
2 201
Water van derden per bron (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Water van derden van oppervlaktewater 5 581 4 783 4 970

 uit gebieden met waterstress

2 055 1 717 1 846
 Water van derden van grondwater 540 517 808

  uit gebieden met waterstress

257
220
355

1 2019 en 2020 data werden aangepast in lijn met de aangepaste definitie voor gebieden met waterstress

GRI 303-3

Lozing van afvalwater

Het totale volume geloosd afvalwater na afvalwaterzuivering bedroeg 4 164 ML waarvan 2 032 ML naar gebieden met waterstress.

Bestemming van het geloosde afvalwater:

  • Oppervlaktewater:  1 466 ML waarvan 502 ML zoetwater en 964 ML ander water is
  • Grondwater: 0 ML
  • Zeewater: 100 ML waarvan 0 ML zoetwater en 100 ML ander water is
  • Water van derden: 2 598 ML waarvan 94 ML zoetwater en 2 504 ML ander water is

Lozing van afvalwater naar gebieden met waterstress was 2 032 ML waarvan 557 ML zoetwater en 1 475 ML ander water is.

Onze waterafvoer wordt gefilterd op onze eigen terreinen.

Alle gegevens worden verstrekt door de fabrieken.

Waterstress: in gebieden met waterstress is de verhouding tussen de totale jaarlijkse wateropname en de totale jaarlijkse beschikbare hernieuwbare watertoevoer hoog (40-80%) of extreem hoog (>80%)

1 megaliter (ML) = 1 000 000 liter

Lozing van afvalwater (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Het totale volume geloosd afvalwater na afvalwaterzuivering 4 315 3 712 4 164

 naar gebieden met waterstress

1 727 1 486 2 032
Bestemming van het geloosde afvalwater (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Oppervlaktewater 1 595 1 511 1 466

Zoetwater

599 462 502

Ander water

996
1 049
964
 Grondwater 0 0 0
 Zeewater 86 91 100

 Zoetwater

     

 Ander water

86
91
100
 Water van derden 2 633
2 109
2 598

 Zoetwater

295
221
94

 Ander water

2 339
1 889
2 504
 Lozing van afvalwater naar gebieden met waterstress 1 727
1 486
2 032

 Zoetwater

668
527
557

 Ander water

1 059
959
1 475

¹ 2019 en 2020 data werden aangepast in lijn met de aangepaste definitie voor gebieden met waterstress

GRI 303-4, GRI 303-2

Waterverbruik

Waterverbruik = totale wateronttrekking - totaal lozing van afvalwater.

Het totale waterverbruik bedroeg 4 811 ML waarvan 1 587 ML uit gebieden met waterstress.

Alle gegevens worden verstrekt door de fabrieken.

Waterstress: in gebieden met waterstress is de verhouding tussen de totale jaarlijkse wateropname en de totale jaarlijkse beschikbare hernieuwbare watertoevoer hoog (40-80%) of extreem hoog (>80%)

1 megaliter (ML) = 1 000 000 liter

Water consumption (in ML) 2019¹ 2020¹ 2021
Totaal waterverbruik 4 922 4 376 4 811

 uit gebieden met waterstress

1 899  1 621  1 587

¹ 2019 en 2020 data werden aangepast in lijn met de aangepaste definitie voor gebieden met waterstress

GRI 305-5

Afval

Het is onze ambitie om ons afvalvolume tegen 2030 met 25% te verminderen versus 2019. Alle staalschroot keert terug naar de staalindustrie voor recyclage.

Afval data zijn gezamenlijke data (geconsolideerde entiteiten + joint ventures).

Staalschroot in ton 2019 2020 2021
Voorbereiding voor hergebruik 0 0 0

Recyclage

117 879 101 727 107 760
Andere 
0 0 0

Staalschroot = schroot van staaldraad, spoelen en machine onderdelen die het einde van de levensduur bereikt hebben, andere uit staal bestaande schroot.

Duurzame oplossingen

We zetten ideeën om in zinvolle duurzame oplossingen die de ecologische voetafdruk van onze klanten verminderen in eindmarkten.   

Enkele voorbeelden daarvan zijn: 

Automobielsector

Banden hebben een impact op de uitstoot van auto’s. Staalkoord wordt gebruikt om banden te versterken en kan daardoor een rol spelen in het verminderen van de ecologische voetafdruk van auto’s. Bekaerts gamma van staalkoord met super- en ultrahoge treksterkte om banden te versterken laat bandenmakers toe om banden te produceren met een lager gewicht, een dunnere staalgordel en lagere rolweerstand waardoor de banden duurzamer worden. Bovendien verbetert deze technologie de levensduur van de batterij en vermindert ze het geluid bij elektrische wagens. 

Genereren van hernieuwbare energie 

Productie van offshore windenergie wordt steeds relevanter in het genereren van hernieuwbare energie. Het verankeren van windturbines op de zeebodem is cruciaal voor deze hernieuwbare energiebron. Onze verankeringskabels houden de drijvende windturbines aan het werk en elimineren de behoefte aan uitgebreide funderingen. Het offshore genereren van energie wordt ook ondersteund door onze oplossingen voor onderzeese energiekabels die elektriciteit transporteren van offshore windparken naar het vasteland. 

Bouwtechnologie

Beton is een belangrijke factor in de uitstoot van broeikasgassen in de bouwsector. Om het volume beton te verminderen en om het te versterken tegen tactiele krachten worden voornamelijk stalen staven gebruikt ter versterking. Bekaerts alternatief, Dramix® staalvezels, helpt spelers in de bouwsector om 50% minder staal in gewicht te gebruiken, vergeleken met traditionele staaloplossingen, waardoor de CO₂ uitstoot per project tussen 20 en 50% daalt.

Waterelektrolyse / gebruik van waterstof

Waterstof wordt beschouwd als een belangrijke hefboom in het energie-ecosysteem van de toekomst.  Er is een heel groot groeipotentieel in de productie van groene waterstof. Alle verbeteringen van dit proces hebben een significante impact op de toekomstige wereldwijde energiestrategie om klimaatneutraal te worden. Bekaerts oplossingen voor poreuze transportlagen verhogen de prestaties en duurzaamheid van elektromechanische apparaten die gebruikt worden bij waterstofproductie. Onze oplossingen in waterstoftechnologie omvatten ook slangendraad voor waterstofhervulstations.  We zijn ook pionier in de decarbonisatie van verwarming met onze branders en warmtewisselaars voor waterstof en energie-efficiënte gasboilers. 

EU-Taxonomie

Dit gedeelte heeft betrekking op de belangrijkste prestatie-indicatoren en begeleidende informatie die vereist zijn op grond van Verordening EU 2020/852¹ en de bijbehorende gedelegeerde handelingen² (de EU-Taxonomie). 

De EU-Taxonomie is bedoeld om kapitaal naar duurzame activiteiten te leiden, met als einddoel de financiering van duurzame groei en het bereiken van de EU-doelstelling om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. 

Rapportering over onze bijdrage aan het milieu via de EU-Taxonomie ligt in lijn met Bekaerts ambitie om duurzame waarde te creëren voor alle belanghebbenden en een industrieleider te worden op het vlak van duurzaamheid.

De EU-Taxonomie kan worden gezien als een groen woordenboek: een classificatiesysteem om te bepalen welke activiteiten ecologisch duurzaam zijn. Om als zodanig te worden beschouwd, moet een activiteit - onder andere - substantieel bijdragen aan een of meer van de zes milieudoelstellingen³ (door te voldoen aan technische screeningscriteria, d.w.z. bepaalde prestatiedrempels en andere eisen).

Dit is het eerste jaar dat de EU-Taxonomie van toepassing is, en de invoering ervan zal geleidelijk gebeuren. Voor dit eerste jaar moet Bekaert enkel rapporteren over haar aandeel van in aanmerking komende en niet in aanmerking komende activiteiten en moet ze haar potentiële bijdrage enkel analyseren voor de eerste twee van de zes milieudoelstellingen: mitigatie van de klimaatverandering en adaptatie aan de klimaatverandering⁴. 

¹ Verordening EU 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 22.6.2020.
² De gedelegeerde klimaatwet (gedelegeerde verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie van 4 juni 2021) en de gedelegeerde openbaarmakingswet (gedelegeerde verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021). 
³ Matiging van de klimaatverandering, Aanpassing aan de klimaatverandering, Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene rijkdommen, Overgang naar een circulaire economie, Voorkoming en bestrijding van verontreiniging, en Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
De criteria voor de andere vier milieudoelstellingen zullen naar verwachting eind 2022 officieel worden goedgekeurd.

EU-Taxonomie geschiktheidsbeoordelingsproces

Een "in aanmerking komende economische activiteit" is een activiteit die in de EU-Taxonomie wordt beschreven, ongeacht of zij voldoet aan alle technische criteria die voor die activiteit zijn vastgesteld. Rapportage over de geschiktheid betekent niet dat de activiteit volgens de EU-Taxonomie ecologisch duurzaam is, het betekent dat de activiteit het potentieel heeft om ecologisch duurzaam te zijn als de activiteit aan alle technische screeningscriteria voldoet. Een activiteit die - onder andere - aan alle technische screeningscriteria voldoet, wordt dan beschouwd als in overeenstemming met de EU-Taxonomie. 

Om te evalueren of we in aanmerking komen voor de EU-Taxonomie, hebben we alle producten die door de Bekaert dochterondernemingen worden vervaardigd, de toepasselijke uitgaven en de gedane investeringen in kaart gebracht en ze afgestemd op de activiteiten die in de EU-Taxonomie worden beschreven. 

Om deze oefening te vergemakkelijken, bevat de EU-Taxonomie een verwijzing naar NACE codes (Revisie 2) voor elke activiteit. Deze verwijzing is echter slechts indicatief en prevaleert niet boven de specifieke definitie in de tekst van de gedelegeerde klimaatwet. Daarom hebben wij de geschiktheid van onze producten en uitgaven eerst in kaart gebracht aan de hand van de beschrijvingen in de Gedelegeerde Wet, en alleen met gebruikmaking van de NACE-codes (herziening 2) en andere referentieclassificaties die door het Platform voor duurzame financiering⁵ als verdere leidraad worden verstrekt.

Wij hebben onze geschiktheid beoordeeld door samen te werken met en elk van onze vier business units te betrekken bij het uitvoeren van de hierboven genoemde mapping-oefening. We hielden rekening met elk van de elementen in de beschrijving van de activiteit in de Gedelegeerde Klimaatwet, en in geval van twijfel verwezen we naar de technische screeningscriteria en het TEG Eindrapport - Technische Bijlage voor meer informatie over welke door Bekaert geproduceerde producten al dan niet in aanmerking zouden kunnen komen. 

Hieronder brengen we verslag uit over onze EU-Taxonomie geschiktheid voor 2021, uitgedrukt via drie KPI's: ons aandeel van in aanmerking komende en niet in aanmerking komende activiteiten in de geconsolideerde omzet van Bekaert van 2021, kapitaaluitgaven en 'toepasselijke' operationele uitgaven.

Opmerking: geconsolideerde omzet is de terminologie die gebruikt wordt in de Bekaert resultatenrekening. Het heeft dezelfde definitie als 'netto-omzet' zoals gebruikt in de EU-Taxonomie. We verwijzen naar toelichting [X] in Deel II - Jaarrekening van dit verslag voor meer gedetailleerde informatie over onze principes inzake omzeterkenning.

EU-Taxonomie kritische prestatie-indicatoren

1 Geconsolideerde omzet

Teller
De teller bestaat uit de geconsolideerde omzet van Bekaert in 2021 die verband houdt met de hieronder opgesomde economische activiteiten (de nummers verwijzen naar de sectie in Bijlage I van de Gedelegeerde Klimaatwet die overeenstemt met die activiteit):

3.1 Fabricage van technologieën voor hernieuwbare energie
3.2 Fabricage van apparatuur voor het gebruik van waterstof
3.5 Fabricage van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen
3.6 Fabricage van koolstofarme technologieën

Alle bovenstaande activiteiten worden beschouwd als in aanmerking komende faciliterende activiteiten, zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, onder i), van Verordening (EU) 2020/852.

Om dubbeltellingen te voorkomen, voerde elke bedrijfseenheid de geschiktheidsanalyse afzonderlijk uit, voor de producten die binnen de bedrijfseenheid worden vervaardigd. Deze informatie werd vervolgens samengevoegd en gevalideerd door Group Finance, volgens dezelfde principes als voor de geconsolideerde financiële verslaggeving.

Voorbeelden van in aanmerking komende producten zijn te vinden in deel I van dit verslag: Onze prestaties in 2021 - Waardeketen

Bekaerts engagement bestaat erin om langetermijnwaarde te creëren voor al haar stakeholders en om groene en duurzame oplossingen te creëren. Deze duurzame waarde vertaalt zich ook in de verlengde levensduur van onze producten, de energie-efficiëntie die onze producten bieden, de verminderde koolstofvoetafdruk door hun gebruik, evenals het gebruik van alternatieve koolstofarme materialen en innovatieve technologieën in haar productieprocessen.

Noemer
De noemer bestaat uit de geconsolideerde omzet zoals vermeld in Deel II van dit verslag: Jaarrekening.

2 Kapitaaluitgaven (Capex)

Teller
De teller bestaat uit a) investeringen in verband met activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie en b) investeringen in verband met andere economische activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie (in beide gevallen gaat het om investeringen in het belastingjaar 2021), zoals beschreven in punt 1.1.2.2 van bijlage I bij de gedelegeerde handeling tot openbaarmaking. De totale, voor de EU-belastinggrondslag in aanmerking komende investeringen, worden berekend op basis van de volgende economische activiteiten:

3.1 Fabricage van technologieën voor hernieuwbare energie
3.2 Fabricage van apparatuur voor het gebruik van waterstof
3.5 Fabricage van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen
3.6 Fabricage van koolstofarme technologieën
5.1 Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor winning, behandeling en distributie van water
5.2 Vernieuwing van systemen voor waterwinning, -behandeling en -distributie
5.3 Bouw, uitbreiding en exploitatie van systemen voor de opvang en behandeling van afvalwater
5.4 Vernieuwing van systemen voor opvang en behandeling van afvalwater
7.2 Renovatie van bestaande gebouwen
7.3 Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte uitrusting
7.5 Installatie, onderhoud en reparatie van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen
7.6 Installatie, onderhoud en reparatie van technologieën op het gebied van hernieuwbare energie

De activiteiten 3.1, 3.2, 3.5, 7.3, 7.5 en 7.6 worden beschouwd als geschikte activiteiten, zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, onder i), van Verordening (EU) 2020/852. Activiteit 7.2 wordt beschouwd als een geschikte transitieactiviteit in de zin van artikel 10, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 2020/852. 

In bepaalde scenario's waarin geïnvesteerde apparatuur wordt gebruikt om zowel in aanmerking komende als niet in aanmerking komende producten te vervaardigen, hebben we een toewijzingsregel toegepast op basis van de tonnage van de vervaardigde in aanmerking komende producten, om de in aanmerking komende investeringen te berekenen. 

Om dubbeltellingen te voorkomen, heeft elke bedrijfseenheid eerst haar investeringsuitgaven afzonderlijk gescreend om de investeringsuitgaven in verband met de aankoop van output van voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten te identificeren (letterlijk b) van het genoemde punt 1.1.2.2). In een tweede fase heeft elke business unit de kapitaaluitgaven die in de vorige stap buiten beschouwing was gelaten verder gescreend om de overeenstemmende uitgaven te koppelen aan in aanmerking komende producten die door Bekaert worden vervaardigd (letterlijke bepaling (a) van afdeling 1.1.2.2 van Bijlage I van de Gedelegeerde Wet Openbaarmaking). Afzonderlijk identificeerde de financiële afdeling van de Groep de kapitaaluitgaven met betrekking tot andere economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie en die niet werden geregistreerd in de rekeningen van de business units.

Noemer
De noemer bestaat uit de totale capex van Bekaert geïnvesteerd in het boekjaar 2021 zoals bekendgemaakt in Deel II van dit verslag: Jaarrekening, die de toevoegingen aan materiële vaste activa (PP&E) omvat, beschouwd vóór afschrijvingen, waardeverminderingen en eventuele waardewijzigingen die van toepassing kunnen zijn. 

3 Operationele uitgaven (opex) 

Teller
Het concept van de opex volgens de EU-Taxonomie is niet gelijk aan één post in de winst-en-verliesrekening. De EU-Taxonomie heeft een specifiek toepassingsgebied voor operationele kosten die gerapporteerd moeten worden (beschreven in het deel over de noemer hierna), daarom verwijzen we naar dit beperkte concept als 'toepasselijke' opex om het duidelijk te onderscheiden van de lijnen in de resultatenrekening die door Bekaert worden gerapporteerd. 

De teller bestaat uit (a) 'toepasselijke' opex met betrekking tot activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie en (b) 'toepasselijke' opex met betrekking tot andere economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie, zoals beschreven in Sectie 1.1.2.2 van Bijlage I van de Gedelegeerde Wet Openbaarmaking. De totale voor de EU-Taxonomie in aanmerking komende "toepasselijke" opex wordt voornamelijk berekend op basis van de volgende economische activiteiten:

3.1 Fabricage van technologieën voor hernieuwbare energie
3.2 Fabricage van apparatuur voor het gebruik van waterstof
3.5 Fabricage van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen
3.6 Fabricage van koolstofarme technologieën
6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen
9.1 Dicht bij de markt aansluitend(e) onderzoek, ontwikkeling en innovatie
10.1 Schade-, ziekte- en ongevallenverzekeringen: acceptatie van klimaatgerelateerde gevaren

Alle bovenstaande activiteiten worden beschouwd als in aanmerking komende faciliterende activiteiten, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder i), van Verordening (EU) 2020/852, met uitzondering van activiteit 6.5 Vervoer met motorfietsen, personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen.
In bepaalde scenario's waarin het onmogelijk is om de opex toe te wijzen aan individuele productlijnen, hebben we een toewijzingsregel toegepast op basis van de tonnage van de in aanmerking komende vervaardigde producten, om de in aanmerking komende O&O-uitgaven, maatregelen voor renovatie van gebouwen en onderhouds- en reparatiekosten te berekenen.

Om dubbeltellingen te voorkomen, heeft elke bedrijfseenheid de onkosten die voldoen aan de definitie van de EU-Taxonomie met betrekking tot de in aanmerking komende producten afzonderlijk geëxtraheerd. Afzonderlijk identificeerde onze centrale aankoopdienst de 'toepasselijke' opex met betrekking tot andere economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie en die niet in de boekhouding van de business units werden opgenomen.

Momenteel besteedt Bekaert 45% van haar totale O&O-uitgaven aan in aanmerking komende activiteiten. In de volgende jaren willen we echter het grootste deel van onze O&O toewijzen aan in aanmerking komende productsegmenten en werken aan de verbetering van onze huidige portefeuille van in aanmerking komende producten.

Noemer
Opex wordt in de Gedelegeerde Wet Toelichtingen gedefinieerd als directe, niet-gekapitaliseerde kosten die verband houden met onderzoek en ontwikkeling, maatregelen voor de renovatie van gebouwen, korte termijn leases, onderhoud en reparatie, en alle andere directe uitgaven in verband met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa. De noemer omvat de uitgaven die binnen deze definitie van opex vallen. 

Elke bedrijfseenheid heeft de onderhouds- en herstellingskosten (die niet-gekapitaliseerde uitgaven voor renovatiemaatregelen van gebouwen omvatten) verkregen via interne rapporteringssystemen.